Waarom dragen

Dragen bevordert de interactie en daarmee de hechting tussen ouder en kind: door de nabijheid leren ouders de signalen van hun nieuwe baby beter kennen en interpreteren. Een drager maakt het makkelijker voor ouders om hun leven weer op te pakken na de geboorte en voor de baby om te wennen aan het leven buiten de baarmoeder. Dragen geeft de baby lichaamscontact en geborgenheid, en deelname aan het sociale leven van de ouder (op ooghoogte!). Dragen stimuleert de ontwikkeling van de hersenen en het evenwichtsorgaan van de baby.

Uit antropologisch onderzoek blijkt dat kinderen in culturen waar veel gedragen wordt, minder huilen. Niet de frequentie van het huilen is lager –over de hele wereld huilen baby’s volgens eenzelfde patroon- maar wel de totale duur. Uit onderzoek blijkt dat ook in onze cultuur dragen het huilen vermindert. Een groep baby’s die 4,4 uur per dag werden gedragen, huilden tot 43 % minder dan een groep die ‘gewoon’ werd gedragen (2,7 uur per dag).

 "Kinderen in culturen waar veel gedragen wordt, huilen minder"

Pasgeboren
Baby's komen 'onaf' ter wereld. Zij worden in een nog foetaal stadium geboren, met een onrijp zenuwstelsel waardoor ze de baarmoederervaring na de bevalling nog een hele tijd, zeker enkele maanden, nodig hebben. De zintuigen van je baby moeten nog erg wennen aan de prikkels van deze nieuwe, totaal andere wereld. Een pasgeborene ziet bijvoorbeeld nog niet veel en kan dus niet 'zien' waar jij bent. Hij kan je wel voelen als je in de buurt bent. Hij kan wel horen, maar de nieuwe geluiden zijn soms erg schel. De nieuwe omgeving is voor hem groot, hij kent nog geen grenzen en ook zijn lichaamsgrenzen kent hij nog niet goed. In de draagdoek zal voor hem ook het geluid en het licht gedempter zijn dan erbuiten.

Ouders zijn gewend om hun baby op zijn rug te rusten te leggen in een wiegje of een bedje, conform de richtlijn ter preventie van wiegendood. Veel op de rug liggen heeft echter ook nadelen.

"Een baby die op zijn rug ligt, ligt in een volkomen andere houding dan toen hij in de baarmoeder was."

Hij ligt gestrekt en hoewel hij zijn beentjes kan optrekken en hij zijn vuistjes naar zijn mondje kan brengen, kan hij zijn rug niet meer doorbollen en hij kan niet meer terug naar de foetushouding. Het lijkt dus vrij onnatuurlijk als een baby op zijn rug ligt.

De kikkerhouding
De zogenaamde 'kikkerhouding' is anatomisch gezien de meest gunstige houding voor een pasgeborene: je baby heeft de knietjes goed gebogen hoog opgetrokken, de beentjes in een hoek van ongeveer 90 à 100 graden geopend en het rugje mooi bol. De schouders wat naar voren, de armpjes geplooid en met de handjes zo dat de vuistjes naar het mondje kunnen worden gebracht om op te kunnen sabbelen. In deze houding is er in de gewrichten ruimte voor het zachte kraakbeen om harder te worden. Wanneer de baby in de kikkerhouding schommelende bewegingen ervaart, wordt de stabiliteit van het hoofdje en de romp vergroot.
De baby die in deze houding rust in een draagdoek, zal zijn lichaamsgrenzen voelen door de aanraking van de zachte maar stevige stof. Hij schommelt in dezelfde houding als toen hij in de baarmoeder was en dat zal hem rust geven.

draagdoek, kleuren, dragers, doeken, zwolle

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Borstvoedingsproblemen
Je melkproductie is een zaak van vraag en aanbod. Voeden op verzoek is daarom de boodschap. Bij voeden op verzoek is het belangrijk dat de moeder de hongersignalen van de baby goed kan zien.

"Door de baby in de draagdoek bij je te houden, mis je de hongersignalen niet en kun je de baby bij het eerste signaal aanleggen."

Verder stimuleert een baby die vaak dichtbij zijn mama is de aanmaak van prolactine wat een positief effect heeft op de melkproductie en de hechting.
Een baby in de doek kan bovendien heel gemakkelijk en perfect discreet worden aangelegd. Je kan de doek gewoon wat losser maken, je borst - onzichtbaar voor de buitenwereld - over je topje schuiven en klaar is Kees.

Overstrekken van de baby

Baby’s die overstrekken voelen zich vaak niet lekker en huilen meer. De strekspieren ontwikkelen zich ten koste van de buigspieren en dit kan later nadelig zijn: een asymmetrische ontwikkeling, overslaan van het kruipen, te korte kuitspieren en problemen met evenwicht komen vaak voor. In een goede drager ligt of zit de baby in een gebogen (ronde) houding, ondersteund vanaf de knietjes tot en met het hoofd. Ouders hebben vaak niet in de gaten dat hun baby overstrekt, maar zijn meestal heel blij als ze zien hoeveel soepeler en meer ontspannen hun kindje wordt door het dragen.

Quiet alertness
Baby's die vaak gedragen worden zijn vaker in een toestand van 'quiet alertness'. In deze staat is de baby rustig en alert en kan hij de wereld om zich heen verkennen en op anderen reageren.

"Het is de meest optimale toestand om te leren."

Onderzoek wijst uit dat baby's die vaak worden gedragen visueel en auditief alerter zijn. Ze horen en zien meer van hun omgeving. Ook ouders profiteren van deze quiet alertness; het is makkelijker om meer aspecten van je baby te leren kennen wanneer je die niet alleen hoeft te troosten.

 

Onrustige baby’s / moeilijk inslapen
Bij onrustige baby’s wordt tegenwoordig inbakeren veel geadviseerd. Het dragen in een draagdoek heeft alle voordelen van inbakeren plus een aantal andere voordelen. In een draagdoek zit een baby, net als in bakerdoeken, ook stevig ingerold, in de geborgenheid en de veilige begrenzing van doeken. Een draagdoek biedt ook een ‘filter’ waardoor de indrukken van de wereld zachtjes binnen kunnen komen.

"Daarnaast biedt de draagdoek echter ook de veiligheid van het moederlichaam; de hartslag, het darmgerommel en het stemgeluid, die de baby nog zo goed kent van voor de geboorte."

De draagdoek biedt beweging (ook een bekend gevoel van voor de geboorte) waardoor de baby in slaap gewiegd wordt.
Fysieke klachten van de ouder waardoor tillen moeilijk is.
Dit lijkt een niet zo voor de hand liggende indicatie, maar feit is dat baby’s worden gedragen, ook als de ouder klachten heeft. Op de arm dragen is een zware en eenzijdige belasting. Deze ouders zijn vaak goed geholpen met een drager. Er zijn dragers in de handel die ontlasten bij diverse klachten. Zo is het bijvoorbeeld bij bekkeninstabiliteit verstandig om een drager te gebruiken die het gewicht symmetrisch verdeelt over beide lichaamshelften. Bij schouderklachten is een drager aan te raden, die het gewicht verdeelt over rug en borstkas, dus één zonder schouderbanden (Afrikaanse wijze). Goed individueel advies is onontbeerlijk bij lichamelijke klachten.

 

Borstvoeding dragen moeder en kind draagdoek sling